manor grunewald

---------------
---------------
about
Manor Grunewald - Fortlaan 17

Manor Grunewald is autodidact. Vanuit het schilderen en tekenen, vanuit de handeling zelf en niet zozeer vanuit een technische beheersing, baant hij zich een weg op papier en op canvas, gevoed en geïnfecteerd door zijn (voormalige) creatieve uitspattingen als graffitikunstenaar. Meer en meer zoekt hij nu opnieuw naar mogelijkheden om de klassieke grenzen van het canvas te verlaten, of beter, aan te vullen. Hij wil met andere woorden losbreken uit de vaste structuren die hem door zijn medium opgedrongen lijken te worden. Wanneer je zijn werk bekijkt, lijken de structurele elementen verscholen te zitten achter verschillende verflagen die eerder de ambitie hebben elkaar af te breken dan mee te helpen opbouwen. Maar niets is wat het lijkt. Het werk van Grunewald is boven alles een zoektocht naar structuur, evenwicht en harmonie. De tools die hij daarvoor hanteert - verfkeuze, beeldmateriaal, rasterstructuren, patronen en kleurgebruik - staan in voor een chaotisch, nonchalant 'tegenwicht', wat resulteert in op het eerste gezicht toegankelijke, formeel sterke beelden.

Inspiratie voor zijn werk vindt Manor Grunewald in bestaand beeldmateriaal zoals krantenknipsels, stripverhalen of grafisch geïllustreerde encyclopedieën. Hij vertrekt hierbij vanuit een specifieke observatie van mensen en culturen en hoe de omringende realiteit over het algemeen wordt ervaren en afgebeeld. Stripverhalen uit de jaren '70, reclamefolders uit de jaren '50 waarin vrouwen met jurken netjes tot onder de knie hun rol als ijverige secretaresse spelen of met manlief en kroost aan tafel genieten van de zelfgebakken chocoladetaart. Mannen in keurig maatpak, ernstig kijkend, of een tot de verbeelding en nostalgie sprekende astronaut... Door enerzijds gebruik te maken van bestaande beelden - die door de afstand van de tijd een groot iconisch gehalte kregen - en anderzijds zijn werk niet rechtstreeks op de realiteit te enten, roepen zijn schilderijen niet zelden een gevoel van nostalgie op. Dit gevoel wordt versterkt door een heel vrije manier van associatief werken. Het gaat hem niet zozeer om het verhaal of de iconografische betekenis van de beelden die hij gebruikt maar om (de semiotiek van) het beeld op zich, de sfeer die het kan opwekken en de grafische associaties die daaruit ontstaan.

De kunstenaar onderwerpt zijn beelden aan een intuïtief proces van opbouw en afbraak waarbij de verschillende verflagen en beeldfragmenten elkaar kunnen vernietigen maar evengoed ook kunnen versterken. We zien patronen, texturen, rasters en kleurvlakken op het voorplan treden. Ze bevuilen en verhullen de onderliggende figuur tot die nog slechts present is met een haarlok of een hoofd zonder gelaat. Het schilderkundige proces lijkt een slopende praktijk te zijn die echter steevast evolueert naar een gelaagde compositie die 'juist' zit. Manor Grunewald creëert op zijn manier - vanuit een trial and error politiek - zeer sterke, hyperformeel opgebouwde beelden waarbij je als toeschouwer alleen maar de vanzelfsprekendheid ervan kan beamen. Onbewust zoekt hij structuur op in zijn werk, een houvast, een schilderkundig frame dat hij als kapstok kan gebruiken om de chaos in balans te brengen. De rasters en patronen wijzen daarop, maar evengoed het gebruik van projecties om zijn beeldmateriaal op doek over te brengen.

De kunstenaar streeft naar harmonie binnen het beeldvlak, wat nog duidelijker wordt wanneer we recenter werk bekijken. Manor Grunewald gaat meer en meer op zoek naar mogelijkheden om de klassieke grenzen van het canvas te overschrijden. Hij componeert werken waarbij niet alleen de verflagen op doek een rol spelen maar ook de gelaagdheden die ontstaan door verschillende canvassen samen te brengen. Canvassen van verschillende formaten leunen tegen de muur, elkaar half overlappend zodat elk doek - naargelang het beoogde compositorische resultaat - voldoende zichtbaar blijft. Hij versmelt ze met andere woorden tot een nieuw samenhangend geheel. Sommige canvassen zijn inwisselbaar, kunnen verschoven worden of van het voorplan naar het achterplan verdwijnen. In sommige gevallen gaat hij nog verder en ziet hij de mogelijkheid om één beeld te fragmenteren en over verschillende canvassen te versprokkelen. Het ensemble brengt de oorspronkelijke beeldcompositie uiteindelijk weer samen. Deze aanpak heeft echter gevolgen voor de individuele composities. Ze dienen niet langer alleen zichzelf maar ook een groter geheel. Ze worden 'ingezet' in een verhaal dat in de eerste plaats een beeldende kracht moet uitstralen.

De manier waarop Manor Grunewald deze ruimtelijke - maar toch nog altijd tweedimensionale - beelden (op bakstenen rustend) in de ruimte stapelt, lijkt op het eerste gezicht nonchalant te zijn, als werden ze uit het atelier geplukt en in de expositieruimte minstens even willekeurig gestapeld. Maar noch willekeur, noch nonchalance is de juiste benaming voor de manier waarop de kunstenaar tewerk gaat. Misschien kunnen zijn aanpak en het uiteindelijke resultaat in de ruimte nog het best vergeleken worden met het ontwikkelen van een interieurarchitectuur waarin elk meubel en elke kader en tapijt zijn plaats heeft binnen het geheel dat juist omwille van die correcte plaatsing ook 'klopt'.

Enerzijds is het streven naar intense en beeldende interieurs van alle tijden. Denk bijvoorbeeld aan de 18de eeuwse Rococo interieurs die zeer speels werden opgevat, met krullende pracht en praal in goud- en pasteltinten, met stoelen, bekleed met zeer zonnige tinten, muurschilderingen en schilderijen die baadden in het zonlicht... Elk element binnen het interieur - een stoel, een chaise longue, een kabinet of behangpapier - stond enigszins op zichzelf, wat ook bleek uit de zorg die besteed werd aan de verfijnde uitwerking van elk meubel. Maar tegelijk diende elk element een hoger doel, namelijk het vervolledigen van het perfecte totaalplaatje. Alles binnen het interieur had een plaats omdat het binnen dat geheel 'klopte'. Anderzijds weerspiegelde de hang naar luchtigheid en onbezorgdheid zich in elk aspect van het Rococo interieur als zijnde een intuïtieve opeenstapeling van beelden die een bepaald wereldbeeld van de eigenaar moest veruitwendigen. Het interieur als spiegel van een bepaalde tijdsgeest, van de behoeftes en complexiteit van de achttiende-eeuwse maatschappij. De zware zeventiende-eeuwse Barokinterieurs waarin gigantische proporties en uiterlijk vertoon veelal tot doel hadden de bezoeker in de eerste plaats te imponeren, ruimden plaats voor meer intiemere ruimtes waarin men zich meer thuis kon voelen.

Deze vergelijking tussen een Rococo interieur en de manier waarop Manor Grunewald tewerk gaat, kan in zekere zin doorgevoerd worden juist omwille van dat gelijkaardig streven naar harmonie binnen een gegeven structuur, met het gebruik van schijnbaar intuïtief en chaotisch gestapelde beeldelementen. Maar het gaat verder dan dat. Evengoed slaagt de kunstenaar erin om met zijn werk zeer gevoelsmatig te reageren op onze actuele maatschappij en precies aan te voelen hoe gefragmenteerd onze tijdsgeest is. We worden voortdurend onderworpen aan een snel en jachtig ritme, wat resulteert in heel erg versprokkelde aandacht - voor alles en iedereen een klein beetje. We worden overspoeld door beelden, geluiden en allerhande impulsen die onze aandacht proberen te trekken. De kunstenaar slaagt er in om hier met zijn werk een antwoord op te geven, en dit door in de eerste plaats zeer sterk te geloven in de kracht van beelden. Hij kiest ze voor ons uit en gooit ze verbrokkeld weer terug in ons gezicht, voorzien van de nodige harmonie en formalistische houvast, doch niet zonder enige mate van verontrusting.

Mieke Mels