Work Bio Text Contact Press
Duoshow 'Nothingcomparestoyou' 24.06.17 - 27.08.17 Frederik Van Simaey, Manor Grunewald De Garage Mechelen BE www.cultuurcentrummechelen.be -> monographical book release <-
Duoshow 27.08.17 - 24.09.17 Joep Van Liefland, Manor Grunewald Loods 12 Wetteren BE www.loods12.be
Soloshow 28.10.17 - 09.12.17 A+B gallery  Brescia IT www.aplusbgallery.it
"Glances closer to Blindness" Text by Alex Bacon 2015 (english)

"Organic Mess Series" Text by Alex Bacon 2014 (english)

"Unhelpful Hunt - (Ze hat is not mine, i'm only trying it on for size)" Text by Berthold Pott 2013 (english)

"The veil of the invisble one" Text by Dirk Elst Exhibition: "The veil of the invisible one" 2013 (dutch/english)

"A new blondness" Text by Hans Theys 2011 (english)

"An abortive attempt at making noise" Text by Hans Theys 2011 (english)

"Blind Date" Text by Michel Dewilde Exhibition: "Believe it or not" 2009 (dutch)

"Over structurele chaos" Text by Mieke Mels Book / exhibition: "Propose a course of action, a solution to an issue, or questions for further study." 2009 (dutch/english)

Over structurele chaos

Manor Grunewald is autodidact. Vanuit het schilderen en tekenen, vanuit de handeling zelf en niet zozeer vanuit een technische beheersing, baant hij zich een weg op papier en op canvas, gevoed en geïnfecteerd door zijn voormalige creatieve uitspattingen als graffitikunstenaar. Meer en meer zoekt hij nu opnieuw naar mogelijkheden om de klassieke grenzen van het canvas te verlaten, of beter, aan te vullen. Hij wil met andere woorden losbreken uit de vaste structuren die hem door zijn medium opgedrongen lijken te worden. Wanneer je zijn werk bekijkt, lijken de structurele elementen verscholen te zitten achter verschillende verflagen die eerder de ambitie hebben elkaar af te breken dan mee te helpen opbouwen. Maar niets is wat het lijkt. Het werk van Grunewald is boven alles een zoektocht naar structuur, evenwicht en harmonie. De tools die hij daarvoor hanteert – verfkeuze, beeldmateriaal, rasterstructuren, patronen en kleurgebruik – staan in voor een chaotisch, nonchalant ‘tegenwicht’, wat resulteert in op het eerste gezicht toegankelijke, formeel sterke beelden.

Inspiratie voor zijn werk vindt Manor Grunewald in bestaand beeldmateriaal zoals krantenknipsels, stripverhalen of grafisch geïllustreerde encyclopedieën. Hij vertrekt hierbij vanuit een specifieke observatie van mensen en culturen en hoe de omringende realiteit over het algemeen wordt ervaren en afgebeeld. Stripverhalen uit de jaren ’70, reclamefolders uit de jaren ‘50 waarin vrouwen met jurken netjes tot onder de knie hun rol als ijverige secretaresse spelen of met manlief en kroost aan tafel genieten van de zelfgebakken chocoladetaart. Mannen in keurig maatpak, ernstig kijkend, of een tot de verbeelding en nostalgie sprekende astronaut... Door enerzijds gebruik te maken van bestaande beelden – die door de afstand van de tijd een groot iconisch gehalte kregen – en anderzijds zijn werk niet rechtstreeks op de realiteit te enten, roepen zijn schilderijen niet zelden een gevoel van nostalgie op. Dit gevoel wordt versterkt door een heel vrije manier van associatief werken. Het gaat hem niet zozeer om het verhaal of de iconografische betekenis van de beelden die hij gebruikt maar om (de semiotiek van) het beeld op zich, de sfeer die het kan opwekken en de grafische associaties die daaruit ontstaan.

De kunstenaar onderwerpt zijn beelden aan een intuïtief proces van opbouw en afbraak waarbij de verschillende verflagen en beeldfragmenten elkaar kunnen vernietigen maar evengoed ook kunnen versterken. We zien patronen, texturen, rasters en kleurvlakken op het voorplan treden. Ze bevuilen en verhullen de onderliggende figuur tot die nog slechts present is met een haarlok of een hoofd zonder gelaat. Het schilderkundige proces lijkt een slopende praktijk te zijn die echter steevast evolueert naar een gelaagde compositie die ‘juist’ zit. Manor Grunewald creëert op zijn manier – vanuit een trial and error politiek – zeer sterke, hyperformeel opgebouwde beelden waarbij je als toeschouwer alleen maar de vanzelfsprekendheid ervan kan beamen. Onbewust zoekt hij structuur op in zijn werk, een houvast, een schilderkundig frame dat hij als kapstok kan gebruiken om de chaos in balans te brengen. De rasters en patronen wijzen daarop, maar evengoed het gebruik van projecties om zijn beeldmateriaal op doek over te brengen.

De kunstenaar streeft naar harmonie binnen het beeldvlak, wat nog duidelijker wordt wanneer we recenter werk bekijken. Manor Grunewald gaat meer en meer op zoek naar mogelijkheden om de klassieke grenzen van het canvas te overschrijden. Hij componeert werken waarbij niet alleen de verflagen op doek een rol spelen maar ook de gelaagdheden die ontstaan door verschillende canvassen samen te brengen. Canvassen van verschillende formaten leunen tegen de muur, elkaar half overlappend zodat elk doek – naargelang het beoogde compositorische resultaat – voldoende zichtbaar blijft. Hij versmelt ze met andere woorden tot een nieuw samenhangend geheel. Sommige canvassen zijn inwisselbaar, kunnen verschoven worden of van het voorplan naar het achterplan verdwijnen. In sommige gevallen gaat hij nog verder en ziet hij de mogelijkheid om één beeld te fragmenteren en over verschillende canvassen te versprokkelen. Het ensemble brengt de oorspronkelijke beeldcompositie uiteindelijk weer samen. Deze aanpak heeft echter gevolgen voor de individuele composities. Ze dienen niet langer alleen zichzelf maar ook een groter geheel. Ze worden ‘ingezet’ in een verhaal dat in de eerste plaats een beeldende kracht moet uitstralen.

De manier waarop Manor Grunewald deze ruimtelijke – maar toch nog altijd tweedimensionale – beelden (op bakstenen rustend) in de ruimte stapelt, lijkt op het eerste gezicht nonchalant te zijn, als werden ze uit het atelier geplukt en in de expositieruimte minstens even willekeurig gestapeld. Maar noch willekeur, noch nonchalance is de juiste benaming voor de manier waarop de kunstenaar tewerk gaat. Misschien kunnen zijn aanpak en het uiteindelijke resultaat in de ruimte nog het best vergeleken worden met het ontwikkelen van een interieurarchitectuur waarin elk meubel en elke kader en tapijt zijn plaats heeft binnen het geheel dat juist omwille van die correcte plaatsing ook ‘klopt’.
Enerzijds is het streven naar intense en beeldende interieurs van alle tijden. Denk bijvoorbeeld aan de 18de eeuwse Rococo interieurs die zeer speels werden opgevat, met krullende pracht en praal in goud- en pasteltinten, met stoelen, bekleed met zeer zonnige tinten, muurschilderingen en schilderijen die baadden in het zonlicht... Elk element binnen het interieur – een stoel, een chaise longue, een kabinet of behangpapier – stond enigszins op zichzelf, wat ook bleek uit de zorg die besteed werd aan de verfijnde uitwerking van elk meubel. Maar tegelijk diende elk element een hoger doel, namelijk het vervolledigen van het perfecte totaalplaatje. Alles binnen het interieur had een plaats omdat het binnen dat geheel ‘klopte’. Anderzijds weerspiegelde de hang naar luchtigheid en onbezorgdheid zich in elk aspect van het Rococo interieur als zijnde een intuïtieve opeenstapeling van beelden die een bepaald wereldbeeld van de eigenaar moest veruitwendigen. Het interieur als spiegel van een bepaalde tijdsgeest, van de behoeftes en complexiteit van de achttiende-eeuwse maatschappij. De zware zeventiende-eeuwse Barokinterieurs waarin gigantische proporties en uiterlijk vertoon veelal tot doel hadden de bezoeker in de eerste plaats te imponeren, ruimden plaats voor meer intiemere ruimtes waarin men zich meer thuis kon voelen. Deze vergelijking tussen een Rococo interieur en de manier waarop Manor Grunewald tewerk gaat, kan in zekere zin doorgevoerd worden juist omwille van dat gelijkaardig streven naar harmonie binnen een gegeven structuur, met het gebruik van schijnbaar intuïtief en chaotisch gestapelde beeldelementen. Maar het gaat verder dan dat. Evengoed slaagt de kunstenaar erin om met zijn werk zeer gevoelsmatig te reageren op onze actuele maatschappij en precies aan te voelen hoe gefragmenteerd onze tijdsgeest is. We worden voortdurend onderworpen aan een snel en jachtig ritme, wat resulteert in heel erg versprokkelde aandacht – voor alles en iedereen een klein beetje. We worden overspoeld door beelden, geluiden en allerhande impulsen die onze aandacht proberen te trekken. De kunstenaar slaagt er in om hier met zijn werk een antwoord op te geven, en dit door in de eerste plaats zeer sterk te geloven in de kracht van beelden. Hij kiest ze voor ons uit en gooit ze verbrokkeld weer terug in ons gezicht, voorzien van de nodige harmonie en formalistische houvast, doch niet zonder enige mate van verontrusting.

Tekst door Mieke Mels

On structural chaos

Manor Grunewald is an autodidactic artist. His path towards paper and canvas is defined by painting and drawing, by the action itself rather than by the technical approach, fed and infected by his earlier creative work as a graffiti artist. He is now more than ever looking for new possibilities to challenge and expand the classical constraints of the canvas. He wants to break with the rules and structures inherent in his medium. Looking at his work one cannot help but notice that the structural elements are hidden behind different layers of paint. Layers that seem to clash with one another rather than combine. But looks can deceive. Grunewald’s work is first and foremost a search for structure, balance and harmony. The tools he uses to make this search successful – choice of paint, images, mazes, patterns and colours – lead to a chaotic, nonchalant ‘counterweight’, resulting in strong, formal images that seem accessible at first glance.

Manor Grunewald finds inspiration for his work in existing imagery like newspaper articles, comic books or illustrated encyclopaedia. His starting point is a specific observation of people and cultures and the general experience and depiction of the reality that surrounds us. Comic books from the 70ies, advertisements from the 50ies with women wearing their dresses just below the knee, playing their typical roles as busy management assistant or housewife with their men and children enjoying that homemade chocolate pie. Stern-looking men in suits, nostalgic astronauts that feed our imagination… By using existing images that have become icons over time and by not linking these images with reality his paintings often lead to a sense of nostalgia. This feeling is strengthened by a very open method of association. The story or the meaning behind the icons used is not important, it is all about the semiotics of the image, the atmosphere surrounding them, and the resulting graphical associations.

The artist subjects his images to an intuitive process of construction and demolition, in which the different layers of paint and images can strengthen or alternatively destroy one another. We can see patterns, textures, mazes and colours drawing attention. They conceal and soil the underlying icon until all that remains is just a patch of hair or a faceless head. The process of painting seems to be quite destructive, but it always evolves into a composition that is ‘right’. Manor Grunewald uses a trial and error method to create strong, formal images which the spectator can only classify as elementary. He unconsciously seeks structure in his work, something to hold onto, a frame that can be used to balance the chaos. The mazes and patterns are testament to this, just like the use of projections to bring his images to the canvas.

The artist strives for harmony within his image, a fact that becomes even more evident in his recent work. Manor Grunewald continues to search for more possibilities to break the classical boundaries of the canvas. In his compositions it is not only about the layers of paint, it is also about the layers that are being formed by bringing different canvases together. Canvases of different formats lean against the wall, overlapping one another in such a way that every single canvas remains adequately visible, all according to the composition the artist had in mind. He combines his works to reach a new cohesive result. Some canvases are interchangeable, they can be moved to the front or disappear in the back. In some cases this process is even more extreme, fragmenting one image and spreading it over different canvases, eventually bringing the original composition together again in one complete image. This approach does have its effect on the individual compositions. They no longer stand on their own but rather serve the greater good. They are characters in a story that has to have a powerful image first and foremost. The way in which Manor Grunewald places these spatial but still two-dimensional images (leaning against bricks) in the room seems nonchalant at first. They seem to be taken from his workshop and placed at random in the exhibition room. But his methods cannot be described as nonchalant or random. His approach and results in the room can be compared with an interior designer giving every piece of furniture its place within a whole room and making that room ‘fit’ because of correct placement.

Striving for intense visual interiors is nothing new. The 18th century Rococo interiors are a prime example with their curling splendour in gold and pastel, their sunny-coloured chairs, murals and paintings bathing in sunlight… Every single element in the interior stood on its own: a chair, a chaise longue, a cabinet or wall paper. This is evident in the minute development of every piece of furniture. But at the same time every element served a higher purpose: a perfect bigger picture. Everything within this bigger picture had its place because of that perfect picture. On the other hand it is clear that the longing for lightness and unconcern was evident in every aspect of the Rococo interior as an intuitive accumulation of images representing the vision of the owner. The interior acted as a mirror for the era, for the needs and complexities of the 18th century society. The heavy 17th century Baroque interiors in which gargantuan proportions and display of wealth were used first and foremost to impress the visitor made way for more intimate spaces in which people felt more at home.

The comparison between a Rococo interior and the method Grunewald uses can be made because of this shared striving for harmony within a specific structure by using seemingly intuitive and chaotic images. But there is more to it than that. The artist also succeeds using his work to emotionally respond to our current society and to show just how fragmented the spirit of our era really is. We are constantly being subjected to a fast frenetic rhythm, resulting in a shattered attention span – a little bit of attention for everyone and everything. We are being bombarded with images, sounds and different impulses, all begging for our attention. The work of the artist succeeds in providing an answer to this problem, mostly by strongly believing in the power of images. He chooses the images for us and returns them to us in fragments, backed up by the necessary harmony and a formal framework, but not totally without concern.

Text by Mieke Mels